De lessen van Schoolfreerun zijn opgebouwd uit een warming-up, verbetertraining en skill training. Na het oefenen van de technieken apart worden de technieken achter elkaar gedaan bij runs of op een playground.
Wij hoeven u waarschijnlijk niet uit te leggen waarom het belangrijk is om een goede warming-up te doen. Freerunning is een redelijk belastende sport. Dit is één van de redenen waarom wij het verzorgen van een goede warming-up belangrijk vinden bij het aanbieden van een les freerunning. Dit is ook zodat de leerlingen zelf eraan wennen om een warming-up te doen voordat zij gaan freerunnen in hun eigen vrijetijd.
Verbetertraining is het vervolg op de warming-up. De naam zegt het eigenlijk al, de leerlingen gaan bezig met het verbeteren van hun eigen lichaam. Dit kan doormiddel van kracht, coördinatie of uithoudingsvermogen oefeningen. Dit komt veelal terug in spelletjes en samenwerkingsopdrachten. In totaal zijn er 9 verschillende verbetertrainingen te vinden in de lespakketten.
Nu begint het freerunning echt. Hieronder vindt u een lijst met alle skills en technieken die wij bij Schoolfreerun voor u hebben uitgewerkt. Deze technieken zijn onderverdeeld in verschillende bewegingscategorieën. Alle bewegingscategorieën zijn voorzien van een korte uitleg. Hierin is beschreven wat de categorie inhoudt en wat hierbij belangrijk is. Daarnaast staan er bij elke categorie de bijbehorende technieken onder elkaar. Na het aanschaffen van een lessenpakket kunt u de technieken bekijken. Sommige technieken kunnen onder meerdere categorieën vallen.
Benieuwd naar hoe deze techniek zijn omschreven? Bekijk dan de voorbeelden!
De andere technieken zijn beschikbaar na het aankopen van een lespakket.
De jumps zijn één van de belangrijkste technieken in het freerunnen. Het springen van obstakel naar obstakel en het ‘sticken’ van een sprong wordt hier beschreven. Er zijn 4 verschillende basis technieken die terug komen in de lesprogramma’s.
Vaults zijn bewegingen over een obstakel waarbij voornamelijk de handen en voeten worden gebruikt. Het obstakel is niet zo laag dat er gemakkelijk over heen gesprongen kan worden maar ook niet zo hoog dat je er op moet klimmen. We behandelen de 7 meest gebruikte vaults.
Tijdens het freerunnen komen beoefenaars veel in contact met grote drops en sprongen naar beneden. Bij de landingen van deze sprongen zijn er twee dingen erg belangrijk: de freerunner moet de impact en de klap van de landing op een zo duurzaam mogelijke wijze opvangen en verwerken, de freerunner moet gecontroleerd en in balans terecht komen zodat hij veilig blijft.
Er komen landingstechnieken aan bod die de leerlingen kunnen leren om goede landingen te maken.
Flips zijn bewegingen waarbij freerunners over de kop gaan. Hierbij horen veel bekende technieken zoals de backflip (salto achterover), de frontflip (salto voorover) en de sideflip (zijwaarste salto). Er zijn echter ontelbare manieren hoe een freerunner over de kop kan gaan en dit kan combineren met andere bewegingen.
Freerunners gebruiken in de urban environment vaak muren op vele verschillende manieren. Zo zijn deze obstakels om te overwinnen, maar kunnen ze ook gebruikt worden om tal van trucjes tegenaan of vanaf te doen. Deze categorie wordt daarom ook vaak gecombineerd met flips en tricks.
Freerunners maken in urban omgevingen, maar nog veel meer in indoor gyms, gebruik van stangen om aan te zwaaien. Met de snelheid die ze daarmee opbouwen kunnen zij tal van leuke en uitdagende dingen doen, zoals grote afstanden overbruggen en salto’s maken met behulp van de energie van hun zwaai.
Bij het zwaaien komen verschillende technieken om de hoek kijken. Allereerst wordt de zwaai techniek behandeld die leerlingen in staat stelt snelheid en energie op te bouwen. Na deze basis worden extra technieken behandeld.
Na het trainen van de technieken kunnen deze bij runs gecombineerd worden. Tijdens de runs is het belangrijk dat de leerlingen niet stilvallen. Bij freerunnen noemen we dit ook wel ‘flow’. De oefeningen worden namelijk vloeiend achter elkaar uitgevoerd. Er zijn 5 verschillende runs op 3 verschillende niveaus.
Bij een playground worden zelf runs bedacht. Dit wordt gedaan met een opstelling met verschillende obstakels. Hierin zijn verschillende manieren van aanbieden te kiezen. De leerlingen kunnen hier helemaal vrij worden gelaten, maar er kan ook gekozen worden om de leerlingen een van onze opdracht mee te geven.