De monkey/kong vault is een van de meeste bekende freerunning technieken. Het is een beweging waarbij de handen op een obstakel worden geplaatst en de benen er tussen door worden bewogen.
Wat u voor deze opstelling nodig heeft zijn de volgende materialen:
Probeer de hoogte van de kasten zo aan te passen dat elke leerling het niveau aan kan, maar dat er ook mogelijkheid is tot uitdaging. Het is aan te raden drie verschillende hoogtes te kiezen voor kasten. De laagste moet ongeveer ter hoogte zijn van de heupen van de kleinste leerling. De hoogte moet ongeveer ter hoogte zijn van de heup van de grootste leerling.
Deze opstelling ziet er als volgt uit
De leerlingen gaan volgens de methodiek omschrijving aan de slag met het leren van de monkey/kong vault.
Stap 1: De leerling neemt een aanloop en zet af met twee voeten waarbij hij erop let dat hij 1 voet voor heeft en 1 voet achter (splitstep). Na de afzet zet hij 2 handen op schouderbreedte naast elkaar op het obstakel waarbij de vingers naar voren wijzen. De leerling brengt zijn heup naar achter en omhoog en zijn hakken richting zijn billen alvorens zijn knieën naar zijn borst te bewegen. De leerling brengt gecontroleerd zijn knieën tussen zijn handen. Daarna stapt de leerling het obstakel af.
Stap 2: De leerling neemt een aanloop en zet twee handen op het kastdeel. Hij zet af, brengt zijn heup omhoog en zijn knieën naar zijn borst. De leerling brengt daarna in een rechte lijn, dus zonder opzij te gaan met zijn benen of heupen, allebei zijn voeten tussen zijn handen. Daarna springt hij naar de andere kant van de kast. Wanneer het niet lukt om met de voeten op de kast te komen dan moet de leerling waarschijnlijk zijn heupen hoger brengen na de afzet. Hierdoor wordt er ruimte gecreëerd voor de benen. Als tussenvorm kan de leerling 1 voet en 1 knie tussen zijn handen plaatsen wanneer allebei de voeten nog niet lukt.
Stap 3: De leerling neemt een aanloop en zet twee handen, zo ver mogelijk, op het kastdeel. De leerling brengt zijn heupen omhoog zodat deze horizontaal achter hem hangen en brengt daarna zijn knieën tussen zijn handen door over het obstakel heen. Het is belangrijk dat de leerling goed afduwt met zijn handen zodat zijn bovenlichaam tezamen met zijn knieën over het obstakel gaat.
Stap 4: De leerling neemt een aanloop en zet af voor het kastdeel. Hij gooit zijn heupen omhoog en zijn armen naar voren. Na een zweefmoment maken de handen pas contact met het obstakel. Deze worden zo ver mogelijk op het obstakel gezet en de leerling haalt zijn benen tussen zijn armen door over het obstakel heen en duwt weer sterk af met zijn handen.
Moeilijker: De afstand van de afzet/landing kan vergroot worden. De leerling kan de kong precision oefenen. Dan landt de leerling zijn monkey vault op een precieze plek en met een precision landing. De moeilijkheid hiervan kan makkelijk opgebouwd worden. De stappen die genomen kunnen worden zijn: op de streep van een dun matje landen, op de rand van een matje landen, op een kastkop landen, op een bank landen en als laatste kunt u op een kast van opbouwende hoogtes landen. Wanneer dit allemaal lukt kan ook nog de afstand vergroot worden.
Het is belangrijk bij deze differentiatie om de splitstep manier van afzetten te gebruiken en hard af te zetten met de handen.
Deze splitstep kunt u vinden bij ‘Opdracht’ in de Vaults introductie.
Makkelijker: Lukt het de leerling niet om met zijn knieën/voeten op de kast te komen dan kan er een lagere kast worden gebruikt. De leerling kan ook om de beurt zijn knieën op het obstakel zetten alvorens in een meer vloeiende beweging dit met allebei te doen. De leerling kan ook de regular vault oefenen. Hierbij zet hij zijn handen op de kast, maar gaan beide benen langs 1 kant.
Qua hulpverlening kan de leraar met een klemgreep de bovenarm van de leerling vastpakken terwijl hij aan de landingskant van het obstakel staat.
De leraar kan de leerling in stap twee ondersteunen in het optillen van de heupen door een sandwhichgreep toe te passen en met de hand op de buik van de leerling te ondersteunen en zo de heupen te laten stijgen. De leraar kan ook met twee handen de zijkanten van de buik of heup vastpakken en daarmee de leerling zijn heupen omhoog tillen.